Clem Robyns wijst terecht op de – volgens mij zwaar onderschatte – gevolgen van een onvoorwaardelijk eenzijdige aanpassing aan de Noord-Nederlandse norm.

“Hoewel er nog steeds veel Nederlandse uitgevers
en critici zijn die vinden dat Vlamingen helemaal niet kunnen schrijven, staat
men Vlaamse literaire auteurs toch steeds vaker toe een meer specifiek Vlaams
idioom te gebruiken. Dit idioom is
echter taboe in vertalingen van literaire teksten door Vlaamse vertalers [eigen nadruk]. Op die manier bevestigen vertalingen een specifieke definitie van cultuur in Vlaanderen [eigen nadruk], namelijk dat het Noord-Nederlands de normale taal van die cultuur is, en dat een Vlaams literair idioom eventueel getolereerd kan worden (dan wel liefst met
een volkse connotatie eraan gekleefd) maar nooit de norm kan zijn [eigen nadruk]. Dat is een zeer verdedigbare opvatting, die ook volkomen respectabel zou zijn als ze met wat minder machtsargumenten verdedigd zou worden, maar het is niet de enige. Dit is dus een geval waarbij vertalingen een evident geachte vooronderstelling bevestigen in de plaats van ze ter discussie te stellen [eigen nadruk]. (Robyns,2004, p. 198)”

Dat die opvatting “zeer verdedigbaar” is, stel ik ten zeerste in twijfel. Vooral interessant is dit stuk dan ook omwille van dat laatste. In dit deel van ons taalgebied wordt “onze” taalnorm en haar legitimiteit veel te weinig in vraag gesteld.

Drie jaar later en uit Nederlandse hoek:

“Maar waarom, als het Vlaamse literaire auteurs is
toegestaan de Nederlandse literatuur te verrijken met hun steevast ‘grappig’ of
‘sappig’ genoemde taaleigen, wordt
Vlaamse vertalers dat voorrecht stelselmatig ontzegd? Waarom Vertalersvlaams
weren en taboeïseren
[eigen nadruk], zolang die taalkleur een goed begrip
van de vertaling niet in de weg staat? Of om het in chiquere bewoordingen te
zeggen: waarom defectief optreden tegen de import van Vlaamse literatuur en
defensief tegen de import van Vlaamse vertalingen? (Hofstede, 2007, p.
6)”

BRONNEN:

Hofstede, R. (2007). De paradox
van Denissen. Filter. Tijdschrift over
vertalen, 14
(1), 5-7.
Robyns, C. (2004). “Eigen vertoog eerst”: Vertaling als een bedreiging voor culturele identiteit. In T. Naaijkens, C. Koster, H. Bloemen & C. Meijer (red.), Denken over vertalen: Tekstboek vertaalwetenschap (pp. 197-208). Nijmegen: Uitgeverij Vantilt.