Griet van Raemdonck is een Vlaamse vertaalster van kinder- en jeugdboeken. In vergelijking met volwassenliteratuur worden voor kinder- en jeugdliteratuur meer Vlaamse vertalers geëngageerd (waarschijnlijk omdat daar ook gevestigde auteurs – zoals Bart Moeyaert – bij zijn). Maar ook hier wordt de discriminatie van Vlaamse vertalers gehekeld. Nadat ze het gebrek aan subsidies voor literaire vertalers in België heeft aangeklaagd, antwoordde ze het volgende in een interview:

Mijn grootste probleem wat het werk betreft, ligt in de Vlaams-Nederlandse taalpolitiek. Een Vlaming wordt automatisch gediscrimineerd als vertaler. [eigen vetdruk] Men gaat er vanuit dat de ‘Vlaamsismen’ een slechte invloed zullen hebben op de verkoop. De grote schrik van de uitgevers is dat je een recensie zou krijgen met de opmerking dat je taal ‘Vlaams’ gekleurd is. (Van Raemdonck, 1999, p. 234)”

Daarop volgt wat later haar voorstel:

“Zo zou volgens mij dat probleem van noord en zuid goed opgelost kunnen worden: een Vlaamse vertaler met een Nederlandse corrector en een Nederlandse vertaler met een Vlaamse corrector. We hoeven toch niet allemaal ‘randstad-Hollands’ te gaan schrijven! [eigen vetdruk]”

BRON: Van Raemdonck, G. (1999). “Een boek vertalen, is een boek herschrijven”. Leesidee jeugdliteratuur, 1999, Nummer 5, 229-238.

Haar voorstel lijkt mij echter weinig zinvol: een Vlaams vertaler met een Nederlandse corrector? Zo is de situatie nu al in de meeste uitgeverijen waar een Vlaming dan al literatuur mag vertalen en van samenwerking is daar nauwelijks sprake. Vertalers krijgen niet altijd de “correcties” van de correctoren te zien. Vlamingen en Nederlanders naar compromissen laten zoeken om zo tot een neutraal Nederlands te komen (dat zowel een Nederlander als een Vlaming verstaat en vooral: waarin ze zich beiden kunnen herkennen), kan vervlakt taalgebruik tot gevolg hebben en zo afdoen aan de kwaliteit van de vertaling.

Er is volgens mij vooral nood – bij zowel Nederlanders als Vlamingen overigens – aan een mentaliteitsverandering: wanneer we willen volhouden dat we dezelfde taal spreken en daarin willen blijven geloven, moet onze taalnorm dringend toleranter worden ten opzichte van Belgische invloeden. Want indien onze “vreemde” Belgisch-Nederlandse woorden niet ingeburgerd raken, zal het Belgisch-Nederlands inderdaad vreemd blijven.