Niet alleen de literatuur van eigen bodem maar – zeker in kleinere taalgebieden – ook vertaalde literatuur spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van een taal en haar norm. In 1998 werden zowel Vlaamse als Nederlandse vertalers geïnterviewd en een van de vragen, die zij kregen, was of ze effectief vonden dat ze een rol spelen in de ontwikkeling van het Nederlands. Frans Denissen, nestor van de Vlaamse vertalers, reageerde als volgt:

“In het Nederlands vertalende Vlaamse vertalers
hebben geen enkele invloed op de
Nederlandse taal
, aangezien hun eventuele taalvernieuwende vondsten, [eigen nadruk] ook als
die door de oorspronkelijke tekst zijn ingegeven, door hun redacteur op één
hoop zullen worden gegooid met hun al dan niet denkbeeldige ‘vlamismen” of
‘belgicismen’
, [eigen nadruk] en genadeloos zullen worden weggebrand. [eigen nadruk] […]
Vaak is de redenering: dit woord of deze uitdrukking ken ik niet, dus zal het wel Vlaams zijn [eigen nadruk]. (De
Jong-van den Berg, 1998, p. 80)”

“Allochtonen, minderheden, zonderlingen: geen land
behandelt ze zo tolerant als Nederland. Maar laat in een vertaling geen
onvertogen (lees: Vlaams) woord vallen
[eigen nadruk]. (De Jong-van den Berg, 1998, p.
80)”

“Een twijfel, tot slot. Ik heb het de hele tijd
over Nederland en Vlaanderen gehad. Maar is het niet eerder: de Randstad versus
al de rest? Misschien zijn niet allen de Vlamingen de ‘de negers van de Nederlandse taal’ [eigen nadruk]. (De Jong-van
den Berg, 1998, p. 80)”

BRON: De Jong-van den Berg, N.
(1998). Literaire vertaling in Nederland en Vlaanderen: tussen kunst en beleid.
In H. Bloemen, J. Hulst, N. de Jong-van den Berg, C. Koster & T. Naaijkens
(red.), De kracht van vertaling:
Verrijking van taal en cultuur
(pp.
77-86). Utrecht:
Platform Vertalen & Vertaalwetenschap.