Hans Vandevoorde (Vlaams filoloog):

“Pas op. Ik pleit helemaal niet voor het toelaten van gallicismen, germanismen en anglicismen of andere taalfouten, maar voor een tolerantie waar het gaat om algemeen Zuidnederlands taalgebruik [eigen nadruk].

Vlaamse boeken zijn Nederlandser dan Nederlandse. [eigen nadruk] […]

Vlaamse uitgevers, of wat daar nog van overblijft, censureren hun vertalers weg [eigen nadruk]. Zij willen hun boeken de grens overkrijgen, dus verkiezen zij te werken met Nederlandse vertalers. Van hen zijn ze tenminste zeker dat zij Nederlands kennen [eigen nadruk]. (De Jong-van den Berg, 1998, p. 81)”

BRON: De Jong-van den Berg, N. (1998). Literaire vertaling in Nederland en Vlaanderen: tussen kunst en beleid. In H. Bloemen, J. Hulst, N. de Jong-van den Berg, C. Koster & T. Naaijkens (red.), De kracht van vertaling: Verrijking van taal en cultuur (pp. 77-86). Utrecht: Platform Vertalen & Vertaalwetenschap.

Dat een filoloog gallicismen, germanismen en anglicismen (ook wel barbarismen genoemd) als “taalfouten” omschrijft, vind ik op zijn minst opmerkelijk: deze filoloog schijnt uit te gaan van een zuivere taal die tegen barbaarse invallen beschermd moet worden? Bovendien is het zeer de vraag wat hij met die “andere taalfouten” bedoelt? Al even barbaarse Belgisch-Nederlandse woorden of uitdrukkingen zoals: academicus, kinderanimatie, van de hemelse dauw leven, fusioneren, geen graten in iets vinden,…?
Zo neemt Vandevoorde een tegenstrijdige positie in wanneer hij pleit voor “tolerantie waar het gaat om algemeen Zuidnederlands”. Vele Belgisch-Nederlandse uitdrukkingen zijn nu eenmaal letterlijke vertalingen uit het Frans (d.w.z. gallicismen). Onze Belgische geschiedenis of het directe taalcontact met het Franse taalgebied in ons land zou daar wel eens “voor iets tussen kunnen zitten” (om het met nog zo’n Belgisch-Nederlandse uitdrukking te verwoorden).