“Al met al is het beeld duidelijk:
uitgevers vinden dat Vlaamse vertalers moeten proberen het Nederlands
zo goed mogelijk te beheersen
[eigen
nadruk]. Principieel vasthouden aan afkeer van ‘taalimperialisme’ is gewoonweg
onverstandig
[eigen nadruk] als je een vertaalcarrière ambieert.
(Nederlandse Taalunie, 2008, p.22)”

BRON: Nederlandse
Taalunie (2008). Literair vertalen: van twee kanten bekeken. Vertalers
en uitgevers aan het woord.
Geraadpleegd op 4 april 2010, via http://media.taalunieversum.org/taalunie/publicaties/Literair_vertalen.pdf.

Wat in de discussie over Vlaamse literaire vertalers
opvalt, is dat er blijkbaar per definitie van een gebrekkige kennis van het
Nederlands bij de Vlamingen uitgegaan wordt. Vlamingen kennen geen Nederlands. De Nederlanders verstaan hun Belgisch-Nederlands niet en wanneer die het niet verstaan, kan hun Nederlands
bezwaarlijk nog Nederlands genoemd worden.

De grootste verschillen tussen de twee standaardvarianten
zijn op lexicaal vlak te vinden. Vlaamse vertalers worden ertoe verplicht Belgisch-Nederlandse woorden en uitdrukkingen* te weren omdat Nederlanders daar nu
eenmaal niet mee vertrouwd zijn en ze bijgevolg niet (zouden) begrijpen. En
wanneer die Nederlandse pendanten niet in ons deel van het taalgebied
verstaan worden, is dat ons probleem en eens te meer het bewijs van onze gebrekkige kennis van het Nederlands? Wanneer Vlaamse vertalers
“het” Nederlands “niet goed genoeg beheersen” (zie citaat
hierboven) en dus die “vreemde” Belgisch-Nederlandse woorden en
uitdrukkingen laten staan, worden ze er achteraf uitgehaald door een –
bij voorkeur Nederlandse – corrector. Maar dit repressief
optreden van uitgeverijen tegen de Belgisch-Nederlandse woordkeuze zorgt er net
voor dat Belgisch-Nederlands inderdaad een vreemde taalvariant zal blijven
(voor Nederlanders). En zo is de cirkel rond.

Waarom maken we Nederlanders dan niet vertrouwd met het
Belgisch-Nederlands door net ons Nederlands bewust te laten staan in onze literatuur en literaire vertalingen? Dat kan bovendien HET Nederlands verrijken. Spreken wij dan niet dezelfde taal? Waarom wordt elke mogelijke inbreng van onze kant in de kiem gesmoord? Het belang van vertalingen
in de ontwikkeling en vorming van talen in kleine taalgebieden, waarin meer vertalingen gepubliceerd worden dan literatuur van eigen bodem, wordt
bovendien enorm onderschat.

De Nederlandse Taalunie mag de discriminatie van
Vlamingen op de literaire vertaalmarkt dan wel “onaanvaardbaar en
onbegrijpelijk” noemen maar de oplossingen die ze aanbiedt (Vlamingen het
Noord-Nederlands bijbrengen in mentoraten en duovertalingen van Vlamingen met
Nederlanders promoten), laten – op zijn zachtst gezegd – te wensen over. Zeker
wanneer die voorstellen uitgerekend van een organisatie komen die pretendeert achter
een gemeenschappelijk taalbeleid van Nederlanders en Vlamingen te staan. Hoewel ze de Belgisch-Nederlandse standaardtaalvariant erkent, treedt de Taalunie zo paradoxaal
genoeg al even repressief tegen die standaardtaalvariant op als de
uitgeverijen.

*Ter info, enkele voorbeelden van Belgisch-Nederlandse woorden en uitdrukkingen: achterophinken,
een dovemansgesprek, een gunstprijs, de hoofdvogel afschieten, laattijdig,
mispeuteren, zich ergens bij neerleggen, ongeletterd, niet aan zijn proefstuk
(toe) zijn, een stadskanker, tekeergaan als een duivel in een wijwatervat,…